Medicijnen: hoofd- en bijwerking

We nemen een medicijn in omdat we ergens last van hebben. Hoofdpijn. Pijn in de buik of een blaasontsteking. Als de klachten verdwijnen, heeft het geneesmiddel zijn werk gedaan. Naast deze hoofdwerking kan een medicijn ons soms ook verrassen met een aantal bijwerkingen. We gaan tevreden op de bank zitten als na inname van Aspirine de hoofdpijn zakt. Opeens lijkt het alsof onze rug in brand staat. We kijke in de spiegel en zien dat onze rug helemaal rood geworden is. We lezen de bijsluiter, waarop de volgende bijwerkingen vermeld staan: maagpijn, misselijkheid, braken, zuurbranden, spijsverteringsstoornissen, netelroos. Netelroos. Dat is het. Vervolgens lezen we de toelichting. We hebben een overgevoeligheidsreactie voor Aspirine, of liever gezegd voor acetylsalicylzuur. Want voor alle andere  medicijnen waar et acetylsalicylzuur in zit zijn we óók overgevoelig. We staan nu voor de keuze om de hoofdpijn even te trotseren of een andere pijnstiller zoals paracetamol in te nemen. In ieder geval stoppen we met de Aspirine, waardoor de netelroos weer verdwijnt.