Laxeermiddelen
Dikke darmstimuleerders, vulmiddelen, osmotisch actieve middelen, glijmiddelen
       
Sommigen van ons gaan voor hun stoelgang drie keer per dag naar het toilet en sommigen gaan drie keer per week. In beide gevallen hoeft er niks mis te zijn, mits het maar regelmatig is. Zo gauw de frequentie gaat veranderen moeten we alert zijn. Gaat iemand een stuk minder vaak dan voorheen? Ervaart iemand daar ook klachten van, zoals een gezwollen buik, misselijkheid, harde ontlasting of een moeilijke stoelgang, dan is er wel wat aan de hand. Dan is er waarschijnlijk sprake van obstipatie. Daar moeten we wat aan doen, want de gevolgen kunnen heel vervelend zijn, zoals aambeien, incontinentie voor urine en feces en zelfs een darmafsluiting. Je kunt er verward van raken, minder eetlust krijgen, afvallen en vermoeid raken. Soms zien we diarree ontstaan. De darm is dan door een prop harde ontlasting bijna afgesloten terwijl er langs deze prop ontlasting wordt geperst. Dat manifesteert zich op het oog als diarree. Het is uiteraard zaak om deze vorm van 'diarree' goed te herkennen, omdat de behandeling totaal anders is dan wanneer er sprake is van echte diarree.

De sleutelwoorden voor een succesvolle stoelgang zijn simpel: beweging, veel vocht en veel vezels. Geen laxeermiddelen maar een tafel vol rauwkost. Alleen moet men dan wel in staat zijn om veel te bewegen, veel te drinken en veel vezels tot zich te nemen. Zeker mensen op zeer hoge leeftijd lukt dat allemaal niet meer zo goed. Je moet het wel blijven proberen maar de kans dat je er volledig in slaagt, is niet zo groot. Bovendien zijn de darmen ook een dagje ouder geworden. De rek is er een beetje uit en de spierlagen in de darmwand zijn dunner geworden. De kans op obstipatie wordt dus groter met het ouder worden. Aan de andere kant gebruiken veel mensen laxeermiddelen (laxantia) omdat ze denken dat ze obstipatie hebben, terwijl ze er in feite geen last van hebben. Aambeien kunnen een gevolg zijn van obstipatie. Door het persen zetten de bloedvaten uit en de pijnlijke, branderige aambei is een feit. Maar ook omgekeerd kunnen aambeien voor obstipatie zorgen. We proberen de stoelgang zo lang mogelijk uit te stellen uit angst voor pijn.
Bij obstipatieklachten moeten we ook denken aan uitdroging: het lichaam onttrekt dan veel vocht aan de dikke darm waardoor er harde ingedikte feces ontstaat. Medicijnen kunnen ook nog een behoorlijke duit in het zakje doen. Vooral de rustgevende middelen kunnen leiden tot verstopping. Het is dus van belang om terughoudend te zijn met medicijngebruik. Dat is uiteraard niet altijd mogelijk. Denk alleen al aan die mensen die veel medicijnen nodig hebben omdat ze het anders niet meer redden. Vezelrijke voeding speelt een belangrijke rol bij een normale stoelgang. Vezelrijke voeding bevat veel cellulose, dat voorkomt in de wand van plantencellen. Cellulose blijft in de darmen aanwezig en wordt dus niet verder in het lichaam opgenomen. De darminhoud neemt daardoor toe en dat levert een gunstige prikkel op voor de stoelgang. Maar bovendien gaat cellulose de indikking van feces tegen. Om die reden moet voldoende rauwkost, fruit en groenten een vast onderdeel van de voeding zijn.

Leiden deze maatregelen niet tot het gewenste resultaat dan kunnen (tijdelijk) laxeermiddelen nodig zijn. We kunnen een keus maken uit verschillende soorten laxeermiddelen: 1. dikkedarmstimuleerders  2. vulmiddelen 
3. osmotisch actieve middelen 4. glijmiddelen

Dikkedarmstimuleerders hebben een direct prikkelende werking op de darmwand, en dat heeft een gunstig effect op de peristaltiek -de spiraalsgewijze samentrekking van de darm om de inhoud voort te bewegen. Dulcolax is een bekend voorbeeld van dit soort middelen. Tot de vulmiddelen behoren stoffen die water opnemen en als gevolg daarvan als een soort spons opzwellen. Dit vult de darm en geeft aanleiding tot het stimuleren van de peristaltiek. Voorwaarde is wel dat we bij gebruik van deze geneesmiddelen goed drinken. Voorbeelden uit deze groep zijn Metamucil en Volcolon. Osmotisch actieve middelen trekken eveneens water aan waardoor de darminhoud toeneemt. Daarnaast maken ze de ontlasting zachter. De glijmiddelen maken de feces zachter en gladder waardoor de ontlasting beter door de darmen kan worden voortbewogen. Paraffine behoort tot deze groep laxeermiddelen. In uitzonderlijke gevallen wordt paraffine nog toegepast, zoals bij chronische obstipatie als gevolg van ziektebeelden die de zenuwen rond de darmen stilleggen.

Naast de laxeermiddelen die we als tabletten of drankjes innemen, kennen we ook de zetpillen en klysma's. Voorbeelden van deze middelen zijn Bisadocyl of Dulcolax zetpillen en Klyx klysma's. Deze middelen worden toegepast wanneer er al sprake is van een forse verstopping. Deze therapie 'van onderen' zorgt ervoor dat de ingedikte ontlasting verwijderd kan worden.

Bij twijfel omtrent de ernst van de obstipatie verdient de behandeling met een zetpil of klysma de voorkeur. Zouden we met tabletten beginnen dan bestaat het gevaar dat de darminhoud boven de verstopping naar beneden komt en de obstipatie doet verergeren. Nadat de stoelgang weer redelijk normaal is geworden wordt dan weer op tabletten of drankjes overgegaan. Algemene bijwerkingen van laxeermiddelen zijn buikpijn, diarree en winderigheid.