Angst bij ouderen

Als over angst bij ouderen is geschreven, is het meestal over angst als symptoom van een lichamelijke aandoening, angst voor de dreigende aftakeling of angst voor ziektebeelden als dementie of depressie. Ook angst als gevolg van medicatie wordt genoemd. Irreële angst echter is vooralsnog een onbegrepen fenomeen. Het gaat dan om pathologische angst, zoals paniek, dwang en fobieën. Hoewel angst zo oud is als de mensheid (Hippocrates noemde al de hoogtevrees), ontluikte de medische belangstelling ervoor pas aan het eind van de negentiende eeuw. De Duitse zenuwarts Westphal introduceerde in 1872 het begrip agorafobie (pleinvrees) en stelde dat angst de kern van deze stoornis is. Het lijkt erop dat angst een bekend symptoom is maar als stoornis minder vaak voorkomt.

Angstklachten zijn vaak een symptoom van een onderliggende geestelijke of lichamelijke aandoening. Zo kunnen bij een depressie, een delier en een dementie angstklachten op de voorgrond staan. Lichamelijke aandoeningen die angst teweeg kunnen brengen zijn onder andere schildklieraandoeningen, suikerziekte, hartfalen, longaandoeningen en de ziekte van Parkinson. Depressie is de psychiatrische stoornis die het vaakst voorkomt na een beroerte, maar onvoldoende is nog onderkend dat ook angst vaak in aansluiting aan een beroerte kan optreden. De klachten zijn dan vaak psychologische signalen zoals angst, spanning, zich zorgen maken, irritatie, concentratiestoornissen, pijn, rusteloosheid, moeheid en slapeloosheid, en fysiologische symptomen zoals hartkloppingen, kortademigheid, het gevoel te stikken, misselijkheid, braken en beven.

Zeker als maar een enkel symptoom, zoals slapeloosheid, op de voorgrond staat, zal niet direct aan een angststoornis worden gedacht. Maar ook veel lichamelijke klachten die al dan niet gepaard gaan met angst zullen niet altijd als een angststoornis worden herkend. Bovendien zullen we ook zelf niet altijd onze klachten duiden als angst, vooral als de lichamelijke klachten op de voorgrond staan. De kans dat we de onderliggende angst over het hoofd zien is dan zeer reëel. Als we ons veel zorgen maken of veel lichamelijke klachten hebben moeten we daarom erop bedacht zijn dat we wel eens aan een angststoornis kunnen lijden.

De behandeling van angststoornissen valt uiteen in gedragstherapie, cognitieve therapie en therapie met medicijnen zoals angstdempers of antidepressiva. Bij gedragstherapie gaat het vaak om exposure in vivo: we begeven ons in de angstwekkende situatie totdat we merken dat de angst afneemt. In de praktijk treedt dit op na een half uur. Soms kunnen we ons in gedachten in de angstaanjagende situatie begeven (exposure in vitro). Verder wordt ons in gedragstherapie belet om aan onze dwanghandelingen toe te geven. Bij de cognitieve therapie is het zaak de irrationele gedachten die we koesteren rationeel te maken. De (verkeerde) cognitie dat het herhaald aanraken van een deurknop nodig is om onheil te voorkomen wordt via cognitieve therapie bijgesteld. Het doel van deze behandeling is om betere en minder catastrofale denkwijzen aan te leren.

De therapie met bijvoorbeeld antidepressiva stoelt op de visie dat angststoornissen samenhangen met stoornissen in een aantal neurotransmitters, zeg maar, boodschappers in de hersenen. Van de angstdempers lijkt alprazolam het meest effectief in de behandeling van angststoornissen en wel met name van paniekstoornissen. Ook het antidepressivum clomiprarnine heeft een gunstige werking bij angststoornissen. Het hyperventilatiesyndroom wordt tegenwoordig meer als een paniekstoornis gezien waarbij de hyperventilatie eerder een reactie op de paniek is dan de oorzaak ervan. Ademhalingstherapie en het 'plastic zakje' zijn daarom achterhaald. Een hyperventilatie-aanval kan gestopt worden door een angstdemper als stesolid. Met antidepressiva kunnen we hyperventilatie langduriger behandelen.

Angststoornissen kunnen vaak gepaard gaan met alcoholmisbruik. Ongetwijfeld speelt hierbij de angstdempende werking van alcohol een rol: we gaan over tot 'zelfmedicatie'. Hippocrates gaf al aan dat 'wijn angst en vrees verjaagt' en Westphal merkte op dat 'door het gebruik van bier of wijn de agorafobische patiënt de straat oversteekt'.

Voor meer informatie over angst kunnen we naar de website www.ouderenpsychiatrie.nl gaan. In `zoeken' typt u `angst' in en gaat u naar `Algemene informatie'. U kunt ook nog eventueel de `Angsttest' doen.